Boer Minne in Waarschoot (Richard)

Richard Julius Minne (Gent, 1891 – Sint-Martens-Latem, 1965) was een Vlaams dichter en prozaschrijver. Hij verbleef een periode in Waarschoot. Een herdenkingsplaat vind je op het kruispunt van Arisdonk en de Molenstraat. 

Minne en Waarschoot gingen eigenlijk niet goed samen! Hij noemde het grijs en lelijk. Toch ging hij er wonen in 1923. Op doktersadvies. Om er de rust te vinden, om te herstellen van stress die hij kreeg als ambtenaar bij het ministerie van justitie in Brussel.

“En hoe ik dit krioelen en dit kolken

 vanuit mijn  uitkijk wijselijk bespied,

 of ’t wellicht een gedachte wil vertolken:

 Ik dub mij scheel. En gij? Ontwert gij iet?”

In een huisje, vlak naast de spoorweg in Arsidonk, ging hij boeren. Hij wilde weer basic gaan leven. Toch schuwde hij het puur intellectuele niet.

“Ik denk aan Tchekof

waar ik loof trek of

Tobbie melk. Altijd.

Weemoedigheid.”

Hij wilde zich bewijzen als boer maar was er fysiek niet voor gemaakt. Hij had het lichamelijk erg moeilijk.

“De oogst is af, en k‘ ben nog suffer,

idioter dan een mejuffer

die aan ’t een of ’t ander doet.”

Ook financieel had hij het moeilijk om rond te komen. Hij kon met moeite de eindjes aan elkaar knopen.

“Zijn vrouw vraagt geld,

klinkende oorden,

 en geen geweld

van dichterwoorden.

minne

Wie landman is

zweet in de zon,

stom als een vis,

sine qua non.

 

Wie van Virgiel

mij ooit nog praat

hij krijgt mijn hiel in zijn gelaat.”

De boerenstiel ervaarde hij als monotoon en afstompend.

“De boer heeft stro

 –God zij geloofd-

in zijn klompen

en in zijn hoofd.”

Minne_geit

Hij zag zijn ‘project’ geenszins groot. In tegendeel, hij had maar enkele grotere dieren en wat kleinvee. In die tijd was Belleken de beroemdste geit van Vlaanderen.

“Belleken heeft de seskens gekregen.

Belleken, sieraad van ’t hof, is dood.

Mijn vrouw en ik hebben plots gezwegen

en vier ogen waren rood”

Ook over Tobbie zijn koe (hij had er maar één), schreef hij prachtige verzen in zijn hoveniersgedichten.

“Tobbie, zij herkauwt de blaren.

En ik, herkauw de jaren.

En daar is de uitkomst die ons bindt:

van Tobbie komt melk, van mij komt wind.”

Naast zijn dieren kweekt hij ook groenten. Als dichter verbond hij ze met een diepere, soms hogere betekenis.

“Ik was op verre zeeën tuk.

Nu zoek ik bij mijn peeën geluk”

 

Wellicht staan mijn erwten

(die weelderig groeien)

dichter bij God dan ik,

die mijn ziele lig te verknoeien.”

Zijn werk was van een knoestige tederheid en hij bleef bevriend met andere schrijvers. Zo zei hij op een dag tegen Felix Timmermans:

“Elk melkt wat hij kan.

Pallieter melkt den dag

en ik de koe.”

Alhoewel hij tijdens zijn leven al wat herkenning kreeg, bleef hij lange tijd ondergewaardeerd (en nog!). Toch wordt zijn werk de evenknie van Elsschot genoemd en is hij een uitstekende leerling van Gezelle.

“De zonne bakelt

tot op de huid

en toegetakeld

kleedt de roos zich uit.

minnel0091

Ik floot een zacht lawijt

op een gespleten blaere,

het was een schone tijd.

Mijn hart kon niet bedaren.”

 

Toch was zijn relatie tot God geheel anders dan bij Gezelle. Daarbij was hij ook nog heel antiklerikaal. Hij verfoeide immers alles wat de vrijheid beknotte.

“Ik ben, o Heer,

niet van het hout,

waaruit gij uw heiligen snijdt,

ofschoon gij duizendvoud

in mij verstrengeld zijt.”

Dat anarchistische trekje komt ook terug in zijn cursiefjes (Boon was zijn opvolger) en in de eindregels van ‘De wespen en de applaar’.

“Een groet, een grijns, een lach

buigen voor ’t gezag

en tussen de tanden

Verdi fluiten en Bach.”

Als non-conformist twijfelde hij veel  en relativeerde hij zichzelf. Minne zou eigenlijk niets uitgegeven hebben indien zijn vrienden dat niet hadden gedaan (zie een van de boontjes van L.P. Boon). En toen men hem  vroeg om zijn memoires te schrijven antwoordde hij:

“Oh, ik zal die best na mijn dood schrijven…”

In 1927 verhuisde hij naar Latem, ontgoocheld en geslagen. Toch kende hij in Waarschoot z’n beste literaire periode. ‘In den zoeten Inval (1927)’ was de beste dichtbundel die hij ooit schreef.

(tekst: Jan Scheir – maart 2017)

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s